Nahor was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel een zoon van Terach (zoon van Nahor (zoon van Serug)) en dus een broer van Abraham en Haran.Genesis 11:26 Hij had bij zijn twee vrouwen Milka en Reüma twaalf zonen.

Nahor trouwde met zijn nicht Milka, Harans dochter.Genesis 11:29 Toen Terach en Abraham uit Oer weggingen, bleef Nahor achter.Genesis 11:31 Milka schonk hem acht zonen: Us, Buz, Kemuël, Kesed, Chazo, Pildas, Jidlaf en Betuël. Zijn bijvrouw Reüma baarde hem vier zonen: Tebach, Gacham, Tachas en Maäka.Genesis 22:21-24 Nahors kleindochter Rebekka, Betuëls dochter, werd door een knecht van Abraham uit de stad Nachor opgehaald, toen deze een vrouw zocht voor zijn zoon Isaak.Genesis 24

Categorie:Persoon uit de Hebreeuwse Bijbel