thumb|Het rivierenlandschap De lijst van Nederlandse plantages in Berbice, Demerarij en Essequebo betreft alle plantages in de voormalige Nederlandse koloniën Berbice, Demerarij en Essequebo met Nederlandse eigenaren en/of hypotheekhouders in het jaar 1818.
De drie kolonies aan de noordkust van Zuid-Amerika maakten onderdeel uit van Nederlands-Guiana, maar behoorden vanaf 1803 toe aan Brits-Guiana. De Nederlandse plantage-eigenaren zijn echter niet onteigend. De Nederlandse belangen bleven derhalve groot. Dit overzicht geeft de situatie weer volgens opgave van de Nederlandse overheid aan de Engelsen in 1819. In de loop der tijd zijn de plantages vanzelfsprekend wel eens veranderd van omvang, eigenaar of van naam (mede door samenvoegingen).
De plantages waren voornamelijk gelegen langs de gelijknamige (hoofd)waterwegen Essequibo, Demerara, Berbice en aan de Atlantische kust.
Geschiedenis Kolonisatie In Essequebo stichten Zeeuwen in de periode 1591–1625 handelsposten die uitgroeiden tot de landbouwnederzetting Nova Zeelandia of Zelandia Nova. In Demerara worden pas plantages aangelegd rond 1740, maar het ontwikkelde zich snel onder invloed van Britse kolonisten die uitgeputte gronden in de Caraïbische eilanden ontvluchtten. Gouverneur Laurens Storm van 's Gravesande stond in 1752 vrije vestiging in Demarary toe, hetgeen veel Engelse en Schotse plantagehouders aantrok.Blok & Molhuysen, Storm van 's Gravesande, Laurens, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 7 (1927), p.1183 De kolonie Berbice werd vervolgens ook geopend voor vrije vestiging. Smith, Raymond (1956), chapter_iii.htm The Negro Family in British Guiana, Hoofdstuk III, London: Routledge & Kegan Paul Limited, (via archive.org)
In 1789 werden Demerara en Essequebo samengevoegd tot één bestuurlijke eenheid met als hoofdplaats Stabroek, het latere Georgetown. Berbice, voornamelijk een nederzetting rond Fort Nassau, bleef een zelfstandige bestuurlijke eenheid en was lange tijd particulier bezit van de Sociëteit van Berbice. In 1815 was de grens tussen Berbice en Suriname nog altijd niet officieel vastgelegd. Op kaarten uit die tijd is de grens Devil’s Creek, halverwege Nieuw-Amsterdam en de Corantijn-rivier.
De plantage-economie werd gestimuleerd door handelshuizen in voornamelijk Amsterdam en Middelburg. Voor de aankoop van slaafgemaakten en andere investeringen gaven eigenaren hun plantages bij hen in onderpand. Rente en aflossing voor de leningen betaalden zij in de vorm van producten, zoals rietsuiker, koffie en katoen. Uit onderzoek blijkt dat Nederlands krediet veel omvangrijker was dan eerder werd gedacht. Feitelijk maakten duizenden investeerders de groei van slavernij in Guyana mede mogelijk. Tussen 1770 en 1820 bedroeg deze groei in Guyana 100.000 personen - tegen 50.000 personen in Suriname - met als gevolg grotere landbouwproductie, groei van uitvoer van producten, en groei in aantal en omvang van plantages.Caraïbisch Uitzicht, Promotie Paul Koulen op financiering plantagesysteem, 6 januari 2025Paul Koulen (2025), Financing plantations and slavery: Dutch credit in Essequibo, Demerara and Berbice, 1770-1820 Proefschrift Erasmus Universiteit, 2025
Overdracht kolonie De Vrede van Parijs van 30 mei 1814, maakte een einde aan het Napoleontische tijdperk. Engeland en Nederland kwamen kort daarop overeen dat de Nederlandse koloniën die vanaf 1795 tot 1802, en daarna weer vanaf 1803, onder Engels gezag hadden gestaan aan de Nederlanders teruggegeven zouden worden met uitzondering van Kaap de Goede Hoop, Essequebo, Demerary en Berbice. De plantages in deze gebieden zijn echter nooit onteigend geworden door de Engelsen. Nederlandse wetten, koloniale reglementen, en instituties bleven nog lange tijd van kracht. Nederlandse crediteuren bleven ook betrokken bij de financiering van de slavernij in respectievelijk Essequebo, Demerary en Berbice.
Plantage-inventarisatie Nederland overhandigde in 1819 een overzicht aan Engeland met alle namen en woonplaatsen van in Nederland wonende plantage-eigenaren en lijsten met alle hypotheken verstrekt door Nederlandse onderdanen. Deze plantage-inventarisatie van 1818, opgeslagen in het Engelse Nationale Archief, geeft inzicht in de familiale en zakelijke dwarsverbanden in de koloniën. Ook laat het de verwevenheid zien tussen bestuurders en kolonisten en tussen adellijke, bestuurlijke en zakelijke elites in Nederland.Lijst van eigenaren etc.; Inleiding / Achtergrond / Toelichting op het archiefstuk, P. Koulen, February 14, 2015
Met de Slavery Abolition Act schaften de Engelsen in 1833 de slavernij af in haar koloniën. Alle plantage-eigenaren werden hierbij schadeloos gesteld, tenminste wanneer zij een claim indienden bij de Britse overheid. Uiteraard deden ook de Nederlandse crediteuren, eigenaren van plantages en hun rechtsopvolgers dit. Zij ontvingen ongeveer 10-12 miljoen gulden aan Britse compensatiegelden. De geëmancipeerde slaven moesten evenwel nog vijf jaar in zogeheten apprenticeship; een 'leerperiode' van verplichte tewerkstelling. Dit is enigszins vergelijkbaar met de periode van staatstoezicht voor de Surinaamse geëmancipeerden die Nederland instelde in 1863.The Apprenticeship in British Guiana, 1834-1838 (Brits staatstoezicht), jstor.org
Nota bene: Volgens het Britse Centre for the Study of the Legacies of British Slavery kende Berbice in totaal 162 plantages, Demerara en Essequibo tezamen 362 plantages. In totaal dus 524 plantages.Estates (select: Parish/Quarter/Island), Centre for the Study of the Legacies of British Slavery, ucl.ac.uk. Gearchiveerd op 16 augustus 2023. Er waren dus aanzienlijk meer plantages dan vermeld in deze lijst. Een daarvan was plantage Lelienburgh, waar in 1763 de slavenopstand van Berbice begon. Deze plantage is daarna verlaten.
Plantages met Nederlandse belangen Berbice Anna Clementia Den Arend & La Tranquilité Bellevue Bleyendaal / Bleijendaal Bloemhof De Bestendigheid Bel-Air Büse’s Lust De Catoenboom / Katoenboom Cornelia Agnetha, zie Stephanus Lust Cruijsburg De Dageraad, eigenaar Sociëteit van Berbice Dankbaarheid, eigenaar Sociëteit van Berbice De Drie Gezusters, zie De Bestendigheid Essendam & Sans Souci De Gebroeders La D. De Eduard, zie Speculatie L’Espérance La Fraternité Gelderland, later onderdeel Blairmont Estate Goed Banannenland Goedland (voorheen: Oost Friesland) De Goudmijn, zie Nooitgedacht De Gebroeders, zie De Catoenboom 's-Gravenhage Graubunderland De Herstelder De Hoop Op Hoop van Beter Ithaca Johanna Jacoba De Kinderen De Liefde Lovely Lass, zie Golden Grove Maria Germania Middelburgs Welvaren Maria Agnès Nooit Gedacht Nomen Nescio Nieuwe Hoop De Nieuwe Vigilantie Overijssel Philadelphia Planters Welvaren La Prudence De Resolutie Rotterdam Ruijmzigt Sans Souci, zie Essendam Schepmoed Schumachers Lust Speculatie & De Eduard St. Jan / Johanna, eigenaar Sociëteit van Berbice Legacy of British Slavery, Dageraad Stephanus Lust & Cornelia Agnetha (voorheen: Stephanus Lust & Saints Lust) De Standvastigheid Tijd en Vlijt La Tranquilité, zie Den Arend Uitvlugt Utile & Paisable, later onderdeel Blairmont Estate De Vigilantie & Wijngaards Lust Vrede en Vriendschap, zie Nooit Gedacht Vriendschap & Drie Gezusters De Vrijheid Vrijmans Erven De Vrouw Johanna De Waakzaamheid Woordtsburg Wijngaards Lust, zie De Vigilantie Zuijd Holland Zandvoort / Sandvoort, eigenaar Sociëteit van Berbice Zorg doch met Vergenoegen, zie Graubunderland Zorg en Hoop
Demerarij Den Amstel Anna Catharina L'Amitié of: Friendship Beausejour en Middlesex Beeterhoop Belle Vue De Betere Verwachting Le Bienfait & De Jealousij Blankenburg La Bourgade Bremen (voorheen: Berlijns Welvaren) Cell’s Borough Cornelia Ida Cummings Lodge The Covent Garden De Dankbaarheid Edenburg Elisabeth Hall The Farm Free & Easy The Garden of Eden Goed Fortuin De Goede Intentie De Goede Verwachting Golden Grove Georgia Groeneveld bevat Soesdyke De Groote Diamant Den Haag De Halve Conchergie Den Heuvel De Helena Hermitage De Herstelling & Jardin de France L'Heureuse Aventure Het Hof van Holland 't Huis te Coevorden La Jeanette Klein Poederoijen / Pouderoijen Leonora Leliendaal Land Canaan Met en Meerzorgen Malgré Tout The Morning Star / De Morgenster Middlesex, zie Beausejour Meerzorg Mon Repos Mindenburg Marienburg Nieuwen Aanleg, zie Vlissengen Nieuw Oranje Nassau Legacy of British Slavery, New Orange Nassau, vanaf 1815 in Engelse handen Nismes La Nouvelle Flandres Nieuw Beehive Noolens Zuijl L'Oratoir Zelden Rust Oud Duinenburg La Penitence Petershall Potosie Parica De Paarl Plaisance Princes Carolina La Retraite Recess La Resouvenir Regt door Zee Le Reduit Reinestein Respect Le Repentir Ruimveld Sophia Strik en Heuvel Swaenen Schutz Sage Pond Toevlugt De Thomas Velserhoofd Vlissengen en den Nieuwen aanleg, later onderdeel Georgetown De Vriendschap Vreed en Hoop Vriesland Vrede en Rust Het Vergenoegen Wallers Delight Werk en Rust Zelden Rust, zie L'Oratoir Zorg en Hoop Zeelucht / Zeelugt / Zeelught
Essequebo Abrahams Zuijl Adventure Amersfoord Anna Regina Bathchelois Adventure / Bachelors Adventure Bellefield Caledonia (voorheen: Zeezigt) De Catharina Concordia Dageraad & Mocca / Mocha Domburg Doornhaag Doornsvrede De Elizabeth De Gedachtenis / Gedagtenis De Goede Hoop De Graaflijkheid Hamburgh Hibornia Hoop en Vrees Klein Parijs L'Union De Liefde Maria Elizabeth Maria Johanna Mocha, Mocca Nieuw Sint Christoffel Nooit Gedacht De Opkomst Philadelphia Le Retrieve Schoonhoven Sophia Wilhelmina Springarden De Tijd Tusschen de Vrienden De Twee Vrienden 't Vertrouwen De Vijver Vilvoorden Vrij Zee Zigt / Zicht De Vrouw Anna Westfield De Windsor De Witte Zwaan Zeelandia Zorg en Arbeid
Zie ook Lijst van plantages in Suriname Lijst van plantages in Curaçao Lijst van plantages in Sint Eustatius
Categorie:Nederlands-Guiana Categorie:Voormalige kolonie van het Verenigd Koninkrijk Categorie:Kolonialisme Categorie:Landbouw Categorie:Plantage Categorie:Nederlandse slavernij plantages plantages